De historie van ons aller Ajax Zaterdag: deel 1

Seizoen 1983-1984 : De geboorte van Ajax zaterdag 1

In 1983 zag Ajax zaterdag het levenslicht. Ajax had in mei 1983 al een ver vooruitziende blik die anno 2020 helemaal werkelijkheid is geworden, namelijk het zaterdagvoetbal heeft de toekomst. Steeds meer zondagamateur bolwerken stappen tegenwoordig over naar de zaterdag waar Ajax die stap al zette in de jaren 80. De insteek van Ajax was om eindelijk een 1e amateurelftal te hebben die de sportieve ladder zou moeten gaan beklimmen om uiteindelijk op het allerhoogste zaterdagniveau te wedijveren met de fysiek sterke zaterdagtop. Ideaal voor toekomstige jeugdspelers voor wie de stap tussen de jeugd en het 2e elftal (nu noemen we dat Jong Ajax) te groot was of er nog net niet klaar voor waren.

Om dit te bereiken moest er echter wel op het allerlaagste niveau worden afgetrapt. De toenmalige voetbalpiramide bestond uit acht niveaus bij het zaterdagvoetbal. De hoogste trede was de 1e Klasse KNVB met daaronder klasse 2 t/m 4. Hieronder hield de KNVB op en ging het over in de AVB, oftewel de Amsterdamsche Voetbal Bond die eveneens uit 4 niveaus bestond waarvan de hoogste klasse de hoofdklasse heette met daaronder klasse 1 t/m 3. Zo startte de kern van het voormalige Ajax zondag 5 als Ajax zaterdag 1 aan hun dappere missie. Ajax had namelijk altijd op zondag gespeeld. Het betaalde voetbal werd vertegenwoordigd door Ajax 1, vervolgens had je betaald voetbal met Ajax 2 en het eerste amateurteam was Ajax 3 (de telling liep gewoon door) dat op zondag speelde.

Dit uiterst succesvolle team speelde in de hoogste reserve 1e klasse en was vergelijkbaar met wat nu Ajax zaterdag 2 nu is op het hoogste reserve klasse niveau. Daarnaast had je nog Ajax 4 en Ajax 5 die beide reserve 4e klasse speelde. Ajax 5 hield dus op met bestaan om het 1e zaterdag elftal te worden. De kern van Ajax zaterdag werd gevormd door dappre strijders die hun sporen al dik hadden verdiend binnen de vereniging te weten Tinus van Teunenbroek, Arie van Eijden, Jan van Eijden, Eddie Joustra, Rob Rein, Teun Bogaard, Tom Kamlag (die de Voorland kantine samen met zijn vader runde), Frans Grootenboer, Ron Grootenboer, Hennie Henrichs, Joop de Vries, Ron Oudendijk, Ron Ombre, Jan Fleijsman, Max Vischschoonmaker, Tonnie Pronk, Jan Buskermolen en vele anderen (oproepbare) oude rotten.

Als supporter vond ik het geweldig, want wat wil je nog meer? Op zondag ging je naar Ajax 1 (betaald voetbal) en nu kon je op zaterdag ook naar Ajax 1 (amateurs). Geweldig dat ik later met mijn cluppie bij IJsselmeervogels en DOVO kwam, want laten we nou eerlijk zijn … dat heeft toch een nog grotere meerwaarde als je ook bij Nectar, NEC’75 en AGS Olympus of sc Oriënt (om er een maar een paar te noemen) bent geweest. Ajax zaterdag 1 op alle niveaus zien spelen dat leek mij helemaal geweldig als 18-jarige supporter. Om het allerhoogste doel te bereiken was de eerste ‘echte’ testcase Nectar uit op sportpark Sloten in Amsterdam. Na een vlotte 0-1 en een 1-1 tussenstand trok Ajax het duel duidelijk over de streep met 1-3. Voor mijn gevoel is dit altijd de wedstrijd geweest die het seizoen heeft gemaakt. Een goede combi van voetbal, vernuft en mouwen opstropen als de tegenstander er een gevecht van kon maken.

Bij Ajax, thuis op Voorland, waren de tegenstanders -bleek al in de voorbereiding- volledig onder de indruk en werden er met gemak hoge dubbele scores behaald. De eerste competitiewedstrijd thuis tegen NEC’75 werd bijvoorbeeld maar liefst 8-2. Uit is toch wat anders. Op eigen grond wil namelijk niemand vernederd worden en troffen we tegenstanders die nog nooit een Ajax team hadden mogen begroeten. Aan motivatie hadden ze geen gebrek en met het mes tussen de tanden spelend was eerder regel dan uitzondering. Maar onze mannen speelde als een volwaardig standaardelftal en moesten er voor knokken. Het elftal bulkte van de routine en kreeg een positieve drive door de geestdrift van de tegenstander. Legendarische clubs als JOS, Overamstel, Rivalen en Sloterdijk kwamen we ook tegen en allemaal gingen ze erop tegen de Ajax zaterdag. Één speler begon zich stiekem tot een fenomeen te ontwikkelen en dat was Rolf Grootenboer. De behendige linkspoot bleek een ware topschutter te zijn die het net met gemak liet bollen. Rivalen en Sloterdijk werden bijvoorbeeld beide met 5-0 verslagen en Flevo uit met maar liefst 2-12 (nog altijd de hoogste competitiezege ooit van Ajax zaterdag 1) met vijf goals van Rolf! Inmiddels was de echte concurrent duidelijk geworden, namelijk AS’80 uit Almere. Een agressieve tegenstander die het initiatief na zich toe trok in de topper op Voorland. Echte kansen kregen ze niet, maar kwamen helaas wel op 0-1 door een eigen Ajax goal. Vreemd genoeg had Ajax dit kennelijk nodig, want de ploeg voetbalde zich hierna met prima voetbal door de verdediging van de Almeerders. Een toegekende penalty werd benut om vervolgens het pleit te beslechten met de 2-1 waarna de wedstrijdvakkundig op slot werd gegooid. Zo had Ajax na 10 wedstrijden 10 overwinningen te pakken in een competitie van 20 wedstrijden in totaal.

Meer zeges volgden met een 5-0 tegen Nectar, 9-0 tegen Flevo en ook de moeilijke uitwedstrijd tegen opnieuw AS’80 werd met 0-2 winnend afgesloten. Het kon bijna niet anders of Ajax zou in het debuutseizoen meteen kampioen worden van de 3e Klasse C AVB. Op een doordeweekse avond meteen vanuit het werk door naar NEC’75 in Amsterdam-Noord. Het beloofde wat te worden, want Rolf Grootenboer voerde de topscorerslijst van de AVB inmiddels aan maar zijn concurrent speelde bij NEC’75 en u voelt hem al aankomen …laat deze meneer Visser nu juist de score openen. De andere Grootenboer, Frans, maakte de gelijkmaker. Met een schitterende benutte vrije trap maakte Rolf Grootenboer vervolgens 1-2. Er zijn van die goals die je nooit vergeet en die 1-2 was er zo één mede door de importantie. Persoonlijk vond ik dit de beste wedstrijd van Ajax dat seizoen tegen een goede tegenstander. Toen Ron Oudendijk ook nog de 1-3 scoorde was de vraag alleen nog wanneer Ajax kampioen zou worden.

Dat bleek bij de volgende wedstrijd uit bij Overamstel. Na de 2-4 winst was het zover waarna feest gevierd kon worden. De laatste wedstrijd van het seizoen was er echter nog genoeg om voor te strijden. Rolf kon nog topscorer worden en Ajax kon 40 punten uit 20 wedstrijden halen door ook de laatste wedstrijd thuis te winnen tegen Rivalen. Echter bij rust was het 0-1, maar in de tweede helft stelde Rolf Grootenboer hoogst persoonlijk met vijf (!) goals zijn topscorerstitel van de AVB veilig en via de uiteindelijke 6-2 winst behield Ajax de 100% score met een doelsaldo van 92-18. De eerste trede omhoog was overweldigend genomen.

Tekst: Paul Buffing
Foto’s: Catawiki en Ajax Clubnieuws

Share